Een hadīt
Op een dag kwam een jongen bij Rasūlullāh s.a.w en hij zei: O Rasūlullāh,
ik wil me bekeren tot de islām, maar geef me toestemming om zinā te
plegen. Toen cUmar de woorden van de jongen hoorde, trok hij meteen zijn
zwaard. Dit soort uitspraken was voor cUmar onaanvaardbaar. Maar voor
Rasūlullāh s.a.w was dit niet het geval. Hij liet de jongen zeggen wat hij
te zeggen had en vroeg: Jongen, als je muslim wil worden, alsjeblieft,
doe dat maar (dwz leg dan maar de ahādah af). En hij s.a.w vroeg toen:
Heb je een moeder of een zus of een tante? De jongen antwoordde: Ja,
die heb ik. Rasūlullāh s.a.w vroeg toen aan hem: Wat zou je vinden als
iemand zinā zou plegen met je vrouwelijke familieleden? Bij het horen van
deze woorden werd de jongen rood van woede en zei: Nee, nee, nee,
Rasūlullāh. Ik zou die ontuchtpleger vermoorden. Rasūlullāh zei met een
glimlach tegen de jongen: Jongen, weet je dat als ik jou toestemming geef
om zinā te plegen, dat ik dan op hetzelfde moment iemand anders
toestemming zou geven om ontucht te plegen met jouw vrouwelijke
familieleden? De jongen knikte en zei: In dat geval bekeer ik mij tot de
islām en zal ik nooit meer ontucht plegen.
De les van deze hadīt
Uit dit gesprek van Rasūlullāh s.a.w en deze jongen kunnen we bepaalde
lessen leren. Ten eerste, dat Rasūlullāh iemand was die de kunst van de
communicatie uitstekend beheerste. En hij wist hoe de etiquette en regels
waren met betrekking tot het voeren van gesprekken en discussies.
Rasūlullāh maakte nooit gebruik van de stiltes die in een gesprek vielen
om ze meteen met woorden te vullen en hij zorgde ervoor het gesprek niet
te overheersen. Ten tweede, dat Rasūlullāh zachte woorden gebruikte die
het hart raakten en dat deze vol wijsheid waren en dat hij op deze manier
mensen tot de weg van de waarheid opriep. Hij beoordeelde niet maar
fungeerde als bewustmaker. Abū Hurayrah vertelde: Een nasīhah (advies)
van Rasūlullāh was verkwikkend koel in ons hart. Ons lichaam beefde bij
het horen. Als Rasūlullāh zijn kutbah (preek, rede) beėindigde waren we
nog niet tevreden. Deze manier van communiceren moet elke dācī (oproeper
tot het geloof) eigenlijk gebruiken als een middel om onderzoek bij
zichzelf te doen. De missie van een dācī is een voortzetting van de strijd
van Rasūlullāh om de mensen naar het ware pad te brengen. Om de mensen die
wij oproepen bewust te maken, moet een dācī de kunst van discussie en
argumentatie beheersen. Dit uit zich in goed gedrag, goede woorden,
rechtvaardige woorden en een duidelijke argumentatie die voor de
toehoorder makkelijk te aanvaarden is. Bovendien moet men het juiste
ogenblik uitkiezen als men een oordeel over een bepaalde aangelegenheid
wil uitspreken.
Het voorbeeld van Allāh.
Allāh heeft ons het goede voorbeeld gegeven. Dit voorbeeld moeten we
volgen om de ummah bewust te maken. Er is een verschil tussen de āyāt die
in Mekkah werden geopenbaard en de verzen die in Madīnah werden
geopenbaard. Dit verschil wordt duidelijk als we de vier fases in het
verbod op het drinken van alcoholische dranken bestuderen. Allāh heeft de
tradities en gewoonten die de ummah toendertijd had stapsgewijs en in
fases veranderd. Zodat toen de āyah kwam die het drinken van wijn verbood,
de sahābah hun alcohol direct weggooiden en de straten van Madīnah
overstroomden van de wijn. Waarom is dat? Dit kon alleen gebeuren omdat ze
al beseften wat geloof in en gehoorzaamheid aan Allāh inhoudt en omdat ze
daardoor bereid waren om Allāhs gebod meteen en zonder dralen uit te
voeren.
Het voorbeeld van Rasūlullāh s.a.w
Een ander voorbeeld dat we kunnen volgen kunnen we vinden in de persoon
van Rasūlullāh s.a.w . Aan de manier hoe hij zijn dacwah deed kunnen we
zien hoe hij te werk ging om het bewustzijn van de ummah te wekken. Zo
kunnen we zien hoe Rasūlullah s.a.w met de bedoeļen omging die in de
moskee plaste. De metgezellen van de Profeet s.a.w wilden hem te lijf
gaan, maar Rasūlullāh s.a.w verhinderde dat, maande hen tot kalmte en
gooide gewoon wat water over de bevuilde plek. Daardoor bekeerde de
woestijnarabier zich tot de islām. Hoewel Rasūlullāh s.a.w op deze
uitmuntende manier mensen opriep tot de islām, waren er veel mensen die de
islam niet accepteerden en geen gehoor gaven aan de dacwah van Rasulullāh
s.a.w . En hoe staat het met ons? Volgen we Rasūlullāhs s.a.w voorbeeld?

